Mama

Hi lezers,

In onze vorige blog vertelden we dat we flink bezig waren geweest met de overeenkomst en met advocatenafspraken. We moesten niet vergeten ook leuke dingen met elkaar te blijven doen, dus we spraken bij Marjolijn thuis af en we zouden gezellig een film gaan kijken met haar. Natuurlijk ging het eerst wel weer over wat puntjes die nog openstonden, maar daarover waren we het weer gauw eens. Marjolijn had de aangepaste overeenkomst overigens nog niet van Nicoline ontvangen. Wij hadden ondertussen wel een rekening van Nicoline gekregen, waarbij Nicoline had geschreven dat ze de aangepaste overeenkomst naar Marjolijn had gestuurd. We waren er bang voor dat Nicoline het misschien naar het verkeerde e-mailadres had gestuurd, omdat wij helemaal aan het begin met Nicoline per ongeluk “@gmail.com” i.p.v. “@hotmail.com” hadden gebruikt voor het e-mailadres van Marjolijn. We gingen dit dus uitzoeken.
Frans was er ook even bij en we vroegen hem wat hij van het gesprek met Nicoline vond. Frans reageerde een beetje ongemakkelijk, maar hij vond het een goed gesprek en het gesprek gaf hem ook wel een stukje duidelijkheid. Marjolijn stuurde Frans vervolgens naar boven om de kinderen voor te lezen die net naar bed waren gebracht. We hebben Frans vervolgens ook niet meer gezien die avond. Blijkbaar hebben Marjolijn en Frans het zo afgesproken dat Frans er niet teveel mee van doen zal hebben, maar dit zouden we toch nog eens duidelijker moeten vragen aan Marjolijn, namen we ons voor. Het was voor de rest een leuke avond met de mooie en indrukwekkende film “Lion”.

In de dagen die daarop volgden, kwamen we erachter dat Nicoline inderdaad het verkeerde e-mailadres had gebruikt. Nicoline stuurde dus de juiste aangepaste overeenkomst weer naar Marjolijn om deze door te kijken. We hoopten dat Marjolijn het nog wel zou kunnen lezen voordat ze op fietsvakantie zou gaan voor twee weken. Eén dag voordat ze op vakantie zouden gaan, stuurde Marjolijn de overeenkomst naar ons, voordat ze deze naar Nicoline zou sturen. Nicoline had een aantal goede toevoegingen op de overeenkomst gemaakt. Daarnaast had Marjolijn ook zelf hier en daar nog wat aanpassingen en enkele toevoegingen gedaan. Toevoegingen die we nog niet echt met elkaar hadden besproken… Het voelde een beetje vreemd om dat zo zwart-op-wit voor het eerst in een overeenkomst terug te lezen zonder dat je daar met elkaar over hebt gepraat. We stuurden Marjolijn dus een Whatsapp-bericht dat er nog een aantal bespreekpunten waren wat ons betreft en dat we die hopelijk konden doornemen wanneer ze terug van vakantie zou zijn.

Het was inmiddels alweer eind mei 2021 toen we weer met elkaar konden afspreken om verder te praten. Helaas had Marjolijn alleen niet zoveel tijd, omdat ze haar dochter naar zwemles moest brengen. We besloten om nu maar één punt te bespreken dat ons niet helemaal lekker zat. Marjolijn had namelijk nog in de overeenkomst toegevoegd dat ze graag met “mama” aangesproken zou willen worden door het kind en dat wijzelf ook naar Marjolijn zouden gaan refereren als “mama” wanneer we het over Marjolijn zouden hebben in het bijzijn van ons kind. Hier hadden we het nog niet eerder over gehad met elkaar en dit was ook niet eerder ter sprake gekomen bij het opstellen van de overeenkomst. Wel stond ons nog iets bij dat Marjolijn dit punt destijds in 2019 ook had genoemd (waar we destijds bewust niet inhoudelijk op hadden gereageerd vanwege de prille oriëntatie met elkaar), maar door onze vele gesprekken van nu hadden wijzelf daar niet meer aan gedacht. Pas nadat Marjolijn de overeenkomst had teruggekregen van haar advocate Nicoline, had Marjolijn dit erin gezet.
Wijzelf hadden niet zo’n goed gevoel bij de term “mama”. Dit omdat wij het woord “mama” erg associëren met een opvoedende rol in het leven van een kind en we waren het er al eerder samen over eens geworden dat dit niet het geval zou gaan zijn. Marjolijn wou juist liever niet met haar voornaam aangesproken worden door het kind, want dat voelde voor haar heel afstandelijk en onpersoonlijk. Marjolijn had niet het gevoel van een opvoedende rol bij het woord “mama” en vond het gewoonweg een lege aanspreekvorm, zo zei ze. We begrepen de kant van Marjolijn goed, maar dat nam ons gevoel bij het woord “mama” niet weg. We wilden er zeker geen geheim van maken tegenover het kind dat Marjolijn de biologische moeder zou zijn van het kind (juist niet zelfs!), maar daar hoort wat ons betreft dan niet direct ook de term “mama” bij. We voelden dus een verschil tussen “mama” en “moeder”. We legden uit dat we bijvoorbeeld ook het woord “moeder” zouden kunnen gebruiken in de derdepersoon, als in: “We gaan vanmiddag naar jouw moeder, Marjolijn”. Maar dit schoot bij Marjolijn een beetje in het verkeerde keelgat en ze zei dat ze zich dan een soort “moeder Teresa” of “moeder-overste” zou voelen.
Uiteindelijk kwamen we die dag nog dicht bij een soort compromis waarover we moesten gaan nadenken, waarbij we de keuze zouden willen laten bij het kind zelf. Wij hadden er geen probleem mee als het kind Marjolijn “mama” zou gaan noemen, maar wij wilden Marjolijn zelf liever geen “mama” gaan noemen en naar haar als “moeder” of gewoonweg “Marjolijn” refereren. Hier leek Marjolijn zich ook nog wel in te kunnen vinden, maar we moesten het gesprek maar even rustig laten bezinken en Marjolijn moest nu ook echt weg om haar dochter weg te brengen naar zwemles.

Na het best wel intense gesprek even een paar dagen bezonken te laten hebben, besloten we weer af te spreken. We vonden het toch wel een beetje lastig dat we tegenover het kindje niet één lijn zouden trekken in de benoeming van Marjolijn. We hadden ook niet een heel comfortabel gevoel erbij dat Marjolijn telkens tegen het kindje zou gaan zeggen dat hij/zij haar per se met “mama” zou moeten aanspreken als we bij Marjolijn op bezoek zouden zijn. Dit zou dan op een soort “strijd” uitdraaien en dat zou absoluut niet goed voelen bij ons. Toch dachten we ons daar wel bij te kunnen neerleggen, omdat er voor de aanspreektitel “mama” ook niet een ander alternatief leek te zijn.
Eenmaal bij Marjolijn thuis aangekomen, gingen we al wandelend door het Goffertpark om te praten. Marjolijn stak al vrij snel en direct van wal dat ze echt geen goed gevoel aan ons laatste gesprek had overgehouden. Voor haar voelde het niet gebruiken van het woord “mama” als een soort ontkenning van wat ze voor ons gedaan zou hebben en bovendien dat we er een geheim van wilden maken dat Marjolijn de biologische moeder zou zijn. En “moeder Marjolijn” voelde voor haar echt als een afstandelijke term, of als “moeder-overste”. De term “mama” bleek dus voor Marjolijn toch niet enkel een lege aanspreekvorm te zijn zoals ze eerder zei, merkten we, maar er zat juist ook veel gevoel en betekenis achter voor haar. Dat begrepen we nu inmiddels beter dan hoe ze het een paar dagen eerder uitlegde. We probeerden haar uit te leggen dat we dit allemaal echt niet zo bedoeld hadden en we probeerden Marjolijn ervan te verzekeren dat we er juist altijd open over wilden gaan zijn dat zij de biologische moeder zou zijn. Dat vinden wij juist ook heel belangrijk. We bedoelden ook niet dat het kind haar “moeder Marjolijn” zou moeten gaan noemen (we hadden dit vooral bedacht in de derde persoon), maar dat we er vooral zelf wat moeite mee hebben om Marjolijn “mama” te gaan noemen. Dit omdat wij voor het kindje juist de twee papa’s willen zijn en dat er verder geen “mama” (als in: opvoeder) is. Maar zeker wel een (biologische) moeder.
Het bleek dus toch een moeilijk onderwerp te zijn waar we niet zo snel uit zouden komen. En waarbij we de compromis die we de vorige keer leken te bereiken, toch niet zouden kunnen vinden: voor Marjolijn was dit thema een soort breekpunt en ze bleef uitspreken dat het voor haar op een andere manier niet goed zou voelen. Onze kant leek Marjolijn niet te begrijpen, of dat had ze althans niet uitgesproken, terwijl wij wel herhaaldelijk lieten weten dat we Marjolijn wel heel goed begrepen. Dit gevoel, dat onze gevoelens niet echt werden erkend en onze “onderhandelingspositie” in dit traject zeer zwak is, was opnieuw een hele frustrerende situatie, waar we bij vorige draagmoeders ook al tegenaan waren gelopen. Het is heel moeilijk om je eigen grenzen te bewaken, want onderaan de streep heeft een draagmoeder het toch eigenlijk altijd voor het zeggen en als wensouders heb je er heel veel voor over. Zeker bij ons nu, na al die jaren en nu het weer zo dichtbij lijkt te zijn. Een draagmoeder heeft wensouders iets heel groots te bieden, terwijl wensouders aan de andere kant niet heel veel terug kunnen doen, behalve ervoor zorgen dat de draagmoeder er op verschillende vlakken niet op achteruit gaat en dat het een soort verrijking zal zijn voor het leven van een draagmoeder…

We besloten opnieuw om het even allemaal te laten betijen en er over een paar dagen weer bij elkaar op terug te komen…
Zou dit nog goed gaan komen?

Leave a Reply

Your email address will not be published.